|
Met dank aan Bas den Breejen, 1995.

De geschiedenis van het tafeltennisspel gaat terug tot eind negentiende eeuw,
toen in Engeland het tafeltennis een salonspel was voor de meer welgestelden.
Direct na het diner speelde men op de afgeruimde eettafel. Het was in eerste
instantie een vervanging voor het grastennis, dat in die tijd al zeer populair
was. Wanneer het regende wilde men niet wachten en ging men binnenshuis spelen.
Daarom waren de eerste bats bespannen. Pas begin jaren vijftig werd het
sponsrubber, zoals we dat vandaag kennen, geïntroduceerd.
Het spel verspreide zich vervolgens snel over de wereld. Na Engeland werd het
beoefend in landen als Australië, Egypte, Brazilië, Iran en ook in Amerika. De
Eerste Wereldoorlog bracht het tafeltennis in Engeland vrijwel tot stilstand.
Dit in tegenstelling tot Oost-Europa, waar het spel alleen maar populairder
werd.
Ook in Japan was het spel in de vroege twintigste eeuw populair. In China is
de populariteit van het spel pas later op gang gekomen. In Nederland werden door
de jaren heen ook diverse grote toernooien georganiseerd. In 1955 was er de WK
in Utrecht en in 1972 de EK in Rotterdam.In 1985 was er de Europese
Jeugdkampioenschappen in Den Haag. Daarna werd het even stil, tot vrij recent.
De laatste zes jaar hebben we kunnen genieten van onder meer de Europese Top-12,
de EK en zelfs de WK. In Nederland steeg het ledental van 15.000 in 1960 tot
50.000 begin jaren negentig. Inmiddels heeft de NTTB rond de 35.000
leden.
Materiaal en spelregels
Tijdens het eerder genoemde salontafeltennis speelde men met een gebreide
bal. Dit om de vitrines en ander kostbaar meubilair niet te beschadigen.
Tegenwoordig is de bal gemaakt van celluloid. Het was een zekere Ema Baker uit
Londen die in 1890 de eerste spelregels op papier zette. Door de jaren heen zijn
deze regelmatig aangepast. Recent nog werd de grootte van de bal aangepast naar
40mm, en werden in de NTTB de serviceregel en de games tot elf punten
ingevoerd.
ITTF
Bestaat er momenteel slechts één wereldtafeltennisbond, vroeger waren dat er
twee. Er waren twee kampen die over diverse spelelementen van mening verschilden
en dan ook beide een bond oprichten. In 1925 gingen de Ping Pong Association en
de Table Tennis Association dan uiteindelijk toch op in de International Table
Tennis Federation (ITTF). Door de jaren heen groeide het tafeltennis uit tot een
van de meeste beoefende individuele sporten ter wereld. Op dit moment zijn er
bijna 200 nationale tafeltennisbonden aangesloten bij de ITTF. Naast de
Wereldkampioenschappen en de World Cup organiseert de ITTF jaarlijks de Pro
Tour, een toernooiencyclus over de hele wereld die voor tafeltennisbegrippen
behoorlijk lucratief is.
In 1935 besloten de vier gewestelijke bonden in Nederland, te weten
Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en 't Gooi, een landelijke bond op te richten. Op
23 juni 1935 was de oprichting van de Nederlandse Tafeltennisbond een feit. In
1947 wordt de Unie van Bedrijfstafeltennisverenigingen (UBT) opgericht dit is de
overkoepelende bond van tafeltennis verenigingen van personeel van bedrijven en
instellingen uit Den Haag en omliggende gemeenten. De UBT organiseert elk jaar
een competitie, een bekertoernooi, zevenkampen en de UBT kampioenschappen. Ter
gelegenheid van haar 60-jarig jubileum mag de UBT in 2007 het Nederlands
kampioenschapbedrijfstafeltennis organiseren, aan dit toernooi doen
kampioensteams uit heel Nederland mee.
Olympisch
Tafeltennis is een olympische sport sinds de Olympische Spelen van 1988 in
Seoul in Zuid-Korea. In het tafeltennisgekke Azië was de tafeltennishal iedere
dag uitverkocht. Te midden van voornamelijk Aziatisch geweld werd er tot op
heden één Europeaan olympisch kampioen bij de heren: Jan-Ove Waldner in 1992 in
Barcelona.
Nederlandse hoogtepunten werden vooral behaald door Bettine Vriesekoop en
Mirjam Hooman-Kloppenburg bij de dames en
Danny Heister en Trinko Keen bij de heren. Vriesekoop werd Europees kampioene
in het dames enkelspel in 1982 en 1992. Tevens won zij tweemaal de Europese
Top-12. Hooman won diezelfde Top-12 in 1991 in 's-Hertogenbosch.
Danny Heister en Trinko Keen werden in 2002 bij de EK derde in het heren
dubbelspel. Keen behaalde tevens een bronzen medaille in het heren enkelspel bij
de EK in Eindhoven in 1998. Samen loodsten zij Nederland onder mee naar een
vijfde plaats bij het teamtoernooi bij de WK in 2000.
Naast de reguliere competities zijn er door de jaren heen ook diverse grote
internationale toernooien in ons land gehouden. Tweemaal werd er een EK in ons
land gehouden, in 1972 in Rotterdam en in 1998 in Eindhoven. De WK viel ons land
eveneens tweemaal ten deel, in 1955 in Utrecht en recenter in 1999 in Eindhoven.
Daarnaast waren 's-Hertogenbosch (1991), Eindhoven (1997) en Rotterdam (2002)
podium van de Europese Top-12. Tussendoor werd niet minder dan 21 maal een Open
Nederlandse Kampioenschappen gehouden, de meest recente in 2001 in Rotterdam en
in 2002 in Eindhoven.

Vrienden van het Tafeltennis
In 1991 werd de Stichting Vrienden Van Het Tafeltennis opgericht. De
stichting voorziet in een behoefte om het verleden van het tafeltennis en met
name die in Nederland in ere te houden. Bij diverse evenementen exposeert de
stichting waardoor geïnteresseerden kennis kunnen nemen van de rijke
geschiedenis van de tafeltennissport. De collectie van de stichting omvat
inmiddels honderden memorabilia zoals postzegels, originele tekeningen, spellen,
foto's etc. De stichting probeert tevens contacten te onderhouden met mensen die
in het verleden een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het tafeltennis
in ons land. De stichting, die volledig afhankelijk is van donateurs, is op
het internet te vinden onder
(Meer weten: klik hier).
Startpagina
|